De toekomst van werk

De toekomst van werk

Begin 2016 heeft het World Economic Forum, met name bekend van de jaarlijkse bijeenkomst en Davos, het rapport the Future of Jobs gepubliceerd. Dit rapport analyseert de verwachte specifieke veranderingen in type en hoeveelheid werk als gevolg van nieuwe disruptieve technologieën. Voor dit rapport is onderzoek gedaan onder de 100 grootste bedrijven wereldwijd uit 9 bedrijfssectoren. Zij werden allemaal gevraagd naar hun verwachtingen op het gebied van nieuwe beroepen en specialisaties in hun respectievelijke sectoren. Deze bevindingen zijn van invloed op de toekomst van organisaties.  De belangrijkste uitkomsten van het rapport zijn:

1. Nieuwe disruptieve technologieën hebben een grote impact op het bedrijfsleven:
34% van de respondenten geeft aan dat mobiel internet, big data, internet of things en cloud technologie een grote invloed zullen hebben op bedrijfsmodellen.  

2. Veranderende werkomgeving en flexibele arrangementen; meer flex en minder vast:
De toepassing van voornoemde technologieën leidt tot verandering in waar en wanneer gewerkt wordt, denk aan thuiswerken, co-working plaatsen en teleconferenties. Ook zijn grote veranderingen op komst in werkafspraken. Organisaties zullen met een steeds kleiner fulltime werknemersbestand gaan werken.

3. Groei in bepaalde arbeidsprofielen, sterke afname in andere:
De verwachting is dat er een sterke groei in werkgelegenheid komt voor de arbeidsklassen architectuur, ingenieurs, computer en wiskunde. Een behoorlijke daling wordt verwacht in de sector kantoor- en administratieve banen.

4. Wereldwijd verdwijnen er meer banen dan erbij komen:
Berekeningen van het World Economic Forum wijzen op een banentoename van 2 miljoen tegen een banenverlies van 7,1 miljoen. Dit laatste voor een groot deel in de kantoor- en administratieve banen. De groei vindt plaats in kennisintensieve functies.

5. De nieuwe arbeidsmarkt vereist andere vaardigheden van werknemers:
Verwacht wordt dat in 2020 gemiddeld meer dan een derde van de verlangde vaardigheden voor beroepen zal bestaan uit vaardigheden die thans nog niet als cruciaal voor die baan beschouwd worden. Meer nadruk gaat liggen op cognitieve vaardigheden. Ook is de verwachting dat 65% van de kinderen die nu aan de basisschool beginnen beroepen gaan uitoefenen die nu nog niet bestaan.

6. Impact op genderongelijkheid; onevenredig negatieve impact op vooruitzichten van vrouwen:
Doordat er meer bèta-geörienteerde banen bijkomen, en het opleidingsprofiel van vrouwen meer alfa gericht is, nemen de vooruitzichten van vrouwen op de arbeidsmarkt af.

7. De genderkloof lijkt toe te nemen:
Het banenverlies door automatisering en nieuwe industriële processen zal vrouwen en mannen getalsmatig even zwaar raken. Omdat vrouwen nog steeds een kleiner deel uitmaken van de beroepsbevolking zal hen dit procentueel harder raken. Zo zijn vrouwen sterker vertegenwoordigd in administratieve banen, die juist afnemen.

8. Procentueel stromen meer vrouwen door medium en senior posities:
Dit komt omdat de huidige programma’s voor het bevorderen van de doorstroming van vrouwen succes gaan hebben. Maar aangezien de instroom van vrouwen minder wordt, wordt het procentuele aandeel van vrouwen hoger.

9. Tussen sectoren zijn er grote verschillen in arbeidsparticipatie van vrouwen:
Er is een lage participatie van vrouwen in de sectoren industrie, energie, mobiliteit en ICT. De sectoren financiële dienstverlening, gezondheidszorg, media en consumentenmarkten rapporteren juist een hoge participatiegraad van vrouwen.

Bron: Rotterdam School of Management – Erasmus Universiteit.